Legertroepen - Telegrafisten

Bij de mobilisatie van het leger in 1914 werd de compagnie telegrafisten als volgt verdeeld onder de eenheden van het veldleger :

Een peloton bij het Groot Hoofdkwartier.

Zeven secties, onderscheidenlijk verbonden aan de zes legerdivisies en de zevende, bestaande uit wielrijders, aan de Cavalerie divisie.

In de versterkte stelling Antwerpen vormde zij eveneens de compagnie telegrafisten der plaats.

Die formatie onderging geene wijziging tot 26 Januari 1918.

Op dien datum werd de directie der militaire telegrafie ingericht en aan het Groot Hoofdkwartier verbonden.

Zij bestond uit:

2 compagnies telegrafisten bij het Groot Hoofdkwartier;

1 compagnie telegrafisten bij elke legerdivisie;

1 peloton telegrafisten-wielrijders bij de cavaleriedivisie.

Van ‘t begin van den oorlog af, hebben de telegrafisten deelgenomen aan al de verrichtingen hunner legerdivisie.

Gedurende de stabilisatie legden zij, onder het vuur en in de nabijheid van den vijand, duizenden kilometer lucht- en ondergrondsche lijnen aan.

Tijdens het offensief in Vlaanderen vergezelden zij de Infanteriedivisies in de ondernomen verrichtingen en werkten zij onverpoosd om tusschen de verschillende organen van het commando telefoonverbindingen te verwezenlijken en deze te herstellen, telkens ze door ‘t vijandelijk vuur waren verbroken.

Wegens hun schoon gedrag gedurende de verrichtingen van den veldtocht 1914-1918 werden zij, op 21 Juni 1930, bij legerdagorder vermeld en kreeg het Regiment Transmissietroepen, dat die schoone eenheden groepeerde, de toelating om op zijn fanion de namen: IJZER en VLAANDEREN 1918 te schrijven, om te herinneren aan den individueelen moed en de onvermoeibare toewijding, waarvan de telegrafisten en radiotelegrafisten blijk hebben gegeven bij het aanleggen en onderhouden van de verbindingen op het slagveld van den IJzer en van Vlaanderen in 1914 en in 1918.