Cavaleriedivisie - Rijdende Batterij Der 2e Cavaleriedivisie

Daar het Belgisch leger bij de mobilisatie slechts ééne cavaleriedivisie bezat, werd de 6e Legerdivisie bedeeld met de bestaande tweede rijdende groep.

Die groep, IV/6 A genaamd, bestond uit de 4e, 5e en 6e rijdende batterij, voortkomende van de 18e en 19e rijdende batterijen die deel hadden uitgemaakt van het 2e regiment veldartillerie.

De IV/6 A vormde met de I/6 A de divisie-artillerie der 6e Legerdivisie en nam met deze deel aan al de verrichtingen van het begin van den veldtocht, zegge tot 2 October 1914, op welken datum beide groepen toegevoegd werden aan een detachement troepen van alle wapens, belast met de verdediging van de hulpbasis Oostende.

Den 13n October wordt de tijdelijke groepeering ontbonden. De drie rijdende batterijen keeren terug naar de 6e Legerdivisie.

Gedurende de periode van 1 Augustus tot 2 October 1914 onderscheidt de IV/6 A zich inzonderheid op 16 Augustus 1914 door het stuiten van de beweging van een colonne vijandelijke cavalerie die te Sart-Risbart het 1e Jagers te paard achtervolgde: de artillerie welke die colonne begeleidde werd tot zwijgen gebracht.

De IV/6 A nam daarna een actief deel aan de offensieve verrichtingen bij de uitvallen rond Antwerpen en bij het begin der belegeringsverrichtingen.

Tijdens den 1n uitval dient het schoon gedrag vermeld van de 4e en de 5e rijdende batterij te Schiplaken en vooral de dapperheid van de 1e sectie der 4e batterij, die zich op 26 Augustus ging opstellen ter hoogte van de 1e linie der infanterie.

Den 12n October werd de 2e cavaleriedivisie opgericht, die een groep rijdende artillerie moest bevatten.

De IV/6 A (4e, 5e en 6e batterij) werd aangewezen, doch het was eerst den 19n Januari 1915 dat zij zich bij de divisie vervoegde.

Ten gevolge van den slag van 17 tot 31 October 1914 kregen de 4e en de 5e batterij de toelating om « IJzer » op hunne schilden te schrijven. De 6e die zich op bijzondere wijze had onderscheiden te Nieuwpoort mocht dien naam op de hare schrijven.

Gedurende de jaren 1915, 1916 en 1917 maakten de 4e, de 5e en de 6e rijdende batterij de artilleriegroep der 2e cavaleriedivisie uit en namen zij deel aan de verdediging van het front.

Toen de twee cavaleriedivisies in ‘t begin van 1918 tot één enkele waren versmolten geworden, bevatte de nieuwe cavaleriedivisie slechts nog een groep van 3 batterijen (1, 2 en 3). De 4e, de 5e en de 6e batterij gingen over naar het 12 A en hun personeel vormde de 3e groep van het 12 A (5 Februari 1918).