5e Legerdivisie - 6e Jagers te Voet

EEN DER SCHITTERENDSTE WAPENFEITEN VAN DEN LOOPGRAVENOORLOG
DE VEROVERING VAN DE BETONSCHUILPLAATSEN VAN KLOOSTERMOLEN (SECTOR MERKEM)

Den 10n Juni 1918 had een hevige regen den grond doorweekt. In den nacht van 11 Juni gaan de aanvalsgroepen zonder incident hunne stellingen bezetten. Te 2 u. 48 wordt het sein overgezonden per « spreker »; te 2 u. 52 wordt er in den commandopost van den majoor van wacht bevestiging ontvangen per telefoon; te 2 u. 56 werkt het zoeklicht: de artillerie opent het vuur op de schuilplaatsen; te 2 u. 58 wordt het artillerievuur verwijderd van Kloostermolen.

Tusschen 2 u. 56 en 2 u. 58 springen onderluitenant Visseur en zijn groep in de loopgraaf ten Oosten van A. 8. Van uit de schuilplaats schieten de Duitschers met geweren. De Jagers werpen granaten naar den ingang der schuilplaats en vermeesteren 2 in barbet opgestelde mitrailleusen. De groep van onderluitenant Galichet komt zich bij hen vervoegen. Onderluitenant Matheys is er ook: alhoewel chef van den terugtocht heeft hij niet kunnen weerstaan aan ‘t verlangen om actief deel te nemen aan de verrichting.

De draadkniptangen worden niet gebruikt: de patrouilleurs stappen over en door den prikkeldraad. Handgranaten en lichtpijlen, die in de hoofdschuilplaats worden geworpen, brengen ‘t gewenschte uitwerksel teweeg. De bezetters worden aangemaand zich over te geven. Een Duitsch officier weigert: soldaat Craen rekent met hem af. Zeven Duitschers vluchten naar hunne linies; soldaat Craen zet ze achterna, doodt er twee en brengt de vijf andere terug. Sergeant Frédéric belet verscheiden vijanden naar het Noorden te ontsnappen. Op het zuidelijk uiteinde der loopgraaf vuurt eene mitrailleuse eenige schoten af. Zij kwetst korporaal Withofs, die daarna getroffen wordt door eene van uit de schuilplaats geworpen granaat. Die mitrailleuse wordt onmiddellijk door soldaat Glorieux bemachtigd en door hem en soldaten Uytendael en Cornil weggedragen. Soldaat Aerts trekt, alleen, naar post C en komt met vijf gevangenen terug.

De groep Galichet was inzonderheid belast met het bemachtigen van materieel. Onderluitenant Matheys houdt zich bezig met den eindkuisch. Nadat hij eenige weerspannigen tot rede had gebracht, stelt hij den volgenden toestand vast: 6 dooden in eene van de 4 kamers der schuilplaats; 3 in de officierenkamer en 1 in de middengang. Onderluitenant Viseur telt 3 dooden bij de borstwering der loopgraaf en 12 nabij de schuilplaats.

Al die verrichtingen zijn terzelfder tijd en met evenveel snelheid als methode uitgevoerd geworden.

Te 3 u. 18 wordt te Jezuitengoed de vuurpijl met 6 vuren afgeschoten. Einde van den raid. Onderluitenant Decarpentrie en zijn groen (flankhoede), alsmede de groep Matheys (terugtocht) zijn tegen 3 u. 40 in onze linies teruggekeerd onder het vuur der Duitsche artillerie, dat te 3 u. 35 was losgebroken.

BALANS DER VERRICHTING: Duitsche verliezen: 31 weerbare gevangenen (1 feldwebel, 6 onderofficieren, 3 korporaals, 2 brancardiers, 19 soldaten); 14 gekwetste gevangenen die naar onze linies werden gebracht; 25 dooden (waaronder 1 officier) in en rond schuilplaats A. Totaal 70. Buit: 1 zware mitrailleuse; 2 lichte mitrailleusen.

Dit wapenfeit gelukte dank zij eene volmaakte organisatie en de stoutmoedigheid en koelbloedigheid van de troepen van het 6e Jagers. Het gold aan het regiment een prachtige vermelding bij dagorder der Ve Legerdivisie. De commandant van het regiment was Kolonel Hoornaert; de adjudant-majoor: kapitein R. Jacobs; inlichtingsofficier: onderluitenant P. Jourdain.