4e Legerdivisie - Artillerie Der Versterkte Stelling Van Namen

Den morgen van 18 Augustus 1914 begint de Duitsche rechtervleugel zijn groote omsingelingsbeweging. Generaal von Bülow, commandant van het IIe leger heeft bevel gekregen Namen te doen vallen en hij belast met die operatie Generaal von Gallwitz die besluit den aanval uit te voeren tusschen de forten van Andoy en van Maizeret. Hij beschikt over twee legerkorpsen en 400 vuurmonden, waaronder vier batterijen Oostenrijksche mortieren van 30 cm. 5 en eene batterij mortieren van 42 cm.

De wreede les van luik zal niet herhaald worden. De infanterie zal geene bestormingen meer uitvoeren: zij zal onze vooruitgeschoven troepen terugdrijven en de zware artillerie dekken, die de forten zal vernielen.

Bülow en Hausen achten dat hunne legers gereed zullen zijn om bij den dageraad van den 23n slag te leveren; Gallwitz besluit den aanval, welken hij langs beide oevers had voorzien, ten Noorden van den stroom te concentreeren.

HET BOMBARDEMENT

Het breekt den 21n Augustus, te 11 uren, met ongehoord geweld los op de forten van Marchovelette, Maizeret en Andoy.

Reusachtige granaten vallen op het eerstgenoemde en verdrijven een deel van het garnizoen dat uitgeput uit de vreeselijke beproeving komt; Gallwitz regelt tegen den avond de opstelling zijner troepen. Het Fransche Ve Leger dat op de beneden-Samber door het Duitsche IIe Leger was voorbijgestreefd, ziet van den bevolen aanval af; Generaal Lanrezac stuurt drie bataljons ter versterking naar Namen: zij komen er den 22n, te 6 u., aan en gaan de verdediging van den aanvalssector tusschen het fort van Cognelée en de Maas versterken.

Het bombardement dat ‘s nachts vertraagd was, herneemt den 22n. Maizeret is gansch vernield en wordt tegen den avond door de overlevenden ontruimd; Andoy houdt nog stand en beantwoordt het vuur met zijn koepel van 21 cm. Onze infanterie houdt hardnekkig vol: de 6e brigade der Garde wordt aan den grond genageld op 400 meter van onze stellingen.

De tusschenruimte Cognelée-Marchovelette wordt onder de projectielen verpletterd en intusschen heroveren een bataljon van het 30e Linie en een Fransch bataljon het steunpunt van Beauloy.

Generaal Michel geeft bevel de Duitsche zware batterijen in de omgeving van Wartet aan te vallen; twee Belgische bataljons (Ie van het 10e en IIe van het 30e Linie) en een Fransch bataljon (IIe van het 45e Linie), gesteund door twee groepen artillerie trekken met heerlijken moed ten aanval. Vreeselijk gedund door de vijandelijke artillerie, door geweer- en mitrailleusevuur rukken die dappere eenheden, infanterie en artillerie, toch over meer dan een kilometer vooruit onder een verschrikkelijk vuur en op een onbedekt terrein.

De 1e Compagnie van het 10e Linie verliest 130 man en 2 officieren; de 3e trekt tweemaal opnieuw ten aanval en wordt bijna geheel vernietigd.

Eere zij aan die dapperen!

Namen houdt stand en trekt in zijn nood twee nieuwe Duitsche divisies aan. 90.000 Duitschers en 500 vuurmonden worden onder de forten opgehouden.

In den morgen knettert geweervuur aan de Samber; Tamines is te vuur en te zwaard verwoest. In den namiddag beveelt Gallwitz den stormloop tegen ‘s anderendaags morgens; terwijl de infanterie eene bres moet openen in de tusschenruimten, zal de zware artillerie op de forten blijven beuken. Tegen den avond openen de veldbatterijen een trommelvuur...

DE STORMLOOP VAN 23 AUGUSTUS

Hij gaat uitgevoerd worden door 3 divisies, gesteund door 300 vuurmonden van allerlei kaliber.

Voor onze dappere troepen, vastgeklemd in den aanvalssector, is het een angstwekkend verschiet. « En dit verschiet breidt zich uit langs hunne flanken: van achteren en links, de Samber, reeds over gestoken door het Duitsche IIe Leger; van achteren en rechts, de onoverschrijdbare Maas; verder en tot voorbij Dinant een ander Duitsch leger, welks kanonnen tegelijk bulderen met die van de Samber en die van Gallwitz. Van uit den achterkant eindelijk, van uit dit smal strookje, dat nog alleen vrij blijft, geen de minste hulp te verwachten; nauwelijks nog een aftochtsgang die van uur tot uur smaller wordt en waarop vandaag misschien de reuzentang zich zal sluiten... »

Alhoewel erg gedund, blijft de Fransch-Belgische infanterie toch stand houden in de tusschenruimte Marchovelette-Maas en, meer naar achteren, op de linie Champion-Beez.

Bij den dageraad valt er op onze stellingen een stortvloed van vuur en ijzer neer en te 10 uren breekt de stormloop los.

De 1e reservedivisie der Garde rukt op naar Vedrin, de 38e divisie naar Champion, de 3e divisie der Garde naar Bouge. ‘t Is onweerstaanbaar; geen andere keuze dan te wijken of overrompeld te worden. De forten zijn in hun doodstrijd; dit van Cognelée is overhoop geworpen, al zijne artillerie is vernield: te 12 u. 30 moet het zich overgeven; dit van Marchovelette, waar Kapitein Duchateau ‘t bevel voert, stort omstreeks 13 u. 40 in onder een granaat van 42 cm.; wanneer de vijand te 14 u. in de grachten dringt, blijft een klein flankeerkanon nog voortschieten...

Ten Zuiden van het fort, te Neumoulin, houden onze infanteristen, opgezweept door Luitenant Piérot, die driemaal gekwetst is, hardnekkig stand tot 16 u. 30.

De algemeene aftocht kan niet langer worden uitgesteld: omstreeks 16 u. geeft Generaal Michel er bevel toe; de eenige weg langswaar er nog redding mogelijk blijft, is die langs het Zuid-Westen, en het is hoogstdringend, want de Duitsche legers naderen hem.

Tegen den avond is het Fransche leger in aftocht en ook het Engelsche, dat in de omgeving van Bergen krachtig aan den schok van von Kluck weerstaan had; onze troepen bivakkeeren in de omstreken van Bioul.

HET EINDE

De aftocht herbegint den 24n Augustus, in de hachelijkste omstandigheden...

. . .

Den 25n Augustus had de versterkte stelling Namen opgehouden te leven.

Namen had op schitterende wijze zijne taak vervuld.

Het vestingwerk moest vallen, doch vijf dagen lang hield het voor zich Duitsche troepen op die, zonder zijn tegenstand, bij machte waren om in België, van die maand Augustus 1914 af, aan de Fransch-Britsche legers een beslissenden slag toe te brengen.


UITTREKSEL uit « La Belgique Centenaire » (Honderdjarig België), uitgegeven onder de algemeene leiding van den Heer René Lyr, letterkundige.