3e Legerdivisie - 14e Linie

 Het regiment lag in 1914 in garnizoen te Luik. Bij de mobilisatie vormde het, door ontdubbeling, het 34e Linieregiment en het 14e Linieregiment-vestingtroepen. De drie regimenten werden in de tusschenruimten van de forten van den rechteroever der Maas verdeeld en namen deel aan de verdediging der plaats. Na den val van Luik, werd alleen het 14e Linie gehandhaafd; het was een der zes regimenten van de 3e Legerdivisie.

Gedurende de uitvallen uit Antwerpen onderscheidt het regiment zich inzonderheid in het gevecht bij Haacht en bij Over-de-Vaart.

In den slag aan den IJzer overlaadt het zich met roem te Sint-Joris en te Ramskapelle. Daarna neemt het deel aan de heilige wacht .

Den 17n April bezet het regiment, in den sector van Merkem, het schiereiland Luigem; het handhaaft zijne stellingen bij den geweldigen Duitschen aanval en neemt deel aan den zegevierenden tegenaanval.

Tijdens het bevrijdingsoffensief dat op 28 September 1918 wordt ingezet, maakt het 14e Linie, met het 1e en het 4e Jagers te voet, de 9e Infanteriedivisie uit, onder ‘t commando van generaal BALTIA. Het regiment rukt zegevierend op langs Langemark, Poelkapelle, Westroozebeke en Oostnieuwkerke, tot voor Roeselare.

Het 14e Linie bekomt eene vermelding bij legerdagorder, met de toelating om den naam Oostnieuwkerke op zijn vaandel te schrijven.

Gedurende den slag Torhout-Tielt bereikt het regiment den linkeroever van het afleidingskanaal der Leie, waarlangs het zich opstelt van Landegem tot Nevele.

Den 2n November bezet het Sint-Martens-Leerne en Deurle, op de Leie. Het moest medewerken om den overtocht over de Schelde af te dwingen, toen de wapenstilstand, op 11 November, een einde stelde aan de krijgsverrichtingen.

Het 14e Linie had gedurende den veldtocht 52 officieren en 1.060 gegradueerden en soldaten verloren.

Het had de vermeldingen: Luik, Antwerpen, IJzer, Merkem en Oostnieuwkerke gewonnen en zijn vaandel werd gedecoreerd met het Kruis der Leopoldsorde.

Het keerde te Luik terug op 30 November 1918.

Bij de reorganisatie van 1926 werd het ontbonden, doch bij Koninklijk Besluit van 15 Juni 1934 weer tot stand gebracht.