3e Legerdivisie - 11e Linie

 Het 11e Linieregiment van Hasselt behoorde met het 9e van Brussel en het 12e van Luik tot de vermaarde IIIe Legerdivisie: de IJzeren divisie. Van den dag der mobilisatie af, bevindt het zich in eerste linie, belast met de verdediging van de tusschenruimten der forten van Luik. Kolonel Dusart, door een kogel getroffen, sneuvelt aan het hoofd zijner mannen. Hij is de eerste hoofdofficier die tegenover den vijand is gevallen.

Een en veertig dooden, 437 gekwetsten of vermisten, meer dan het effectief van een bataljon. En op het vaandel komt de eerste vermelding: « Luik ».

Den 10n September 1914 neemt het 11e Haacht, met de bajonet, stormenderhand in. Den 11n bemachtigt het Wespelaar. Balansrekening dier dagen: 55 dooden, 203 gekwetsten en vermisten.

Diksmuide. De IJzer. Het 11e, dat met het 12e en de marinefusiliers van Admiraal Ronarc’h de brigade B vormt, verdedigt het bruggenhoofd van Diksmuide.

Van af den 20n begint er een vreeselijk bombardement. Meenende dat onze troepen totaal gedemoraliseerd zijn, komen de Duitschers in stormloop aangerukt. Doch het schroot heeft den moed van het 11e niet doen verzwakken: het doet een tegenaanval en slaat den vijand af. Den 21n doet het vier Duitsche stormloopen mislukken.

In den nacht van 23 op 24 wordt de Duitsche infanterie vijftien herhaalde malen teruggeslagen. Het 11e heeft eens te meer zware verliezen geleden: 45 dooden, 249 gekwetsten en vermisten. Het vaandel wordt gedecoreerd met het Kruis der Leopoldsorde en in zijne plooien schittert de naam « Diksmuide ».

Drie jaren stabilisatie, tijdens welke het vaandel een derde vermelding: « IJzer », ontvangt. Drie jaren doorgebracht onder den grond, in ‘t water, in ‘t slijk, in de koude van eindelooze nachten. Dan is het Merkem.

Het 11e heeft slechts één bataljon in eerste linie: het is belast met de verdediging van een kilometer modder en schier niet-bestaande loopgraven.

Den 17n April breekt de aanval los. Het 11e, verhakt door het schroot, doet een tegenaanval en drijft den vijand terug in zijne linies.

De vierde vermelding « Merkem » beloont het offer van 37 dooden en 127 gekwetsten.

Op 28 September 1918 is het de aanval op den bergkam van Vlaanderen.

Het 11e, tusschen het 9e en het 12e, vertrekt te 5 uur ter verovering van den Stadenberg. Het 12e wordt tegenhouden aan den zoom van het Bosch van Houthulst. Men moet wachten, den nacht doorbrengen onder het bombardement. Den 29n, te 6 uur, herbegint de aanval. De Flandernstellung wordt bereikt. Te 4 uur, stormloop. De kam van den Stadenberg wordt veroverd. Helaas! 71 dooden en 270 gekwetsten zijn de prijs van die overwinning, waarvoor het vaandel zijne vijfde vermelding « Stadenberg » heeft verworven.

Een week rust. Het regiment is opnieuw gevormd geworden en trekt terug naar de eerste linie. Ditmaal is het doel: de Leie: 19 kilometers moeten veroverd worden.

De aanval breekt los op 14 October, te 5 u. 35. Een groot aantal onzer mannen blijven in de prikkeldraadnetten, weggemaaid door de vijandelijke mitrailleusen. Den 15n wordt de aanval hardnekkig hernomen.

Te 10 uur valt het dorp Lendelede in de handen van het regiment dat in pijl vooruitsteekt op de linie van het leger. Den 16n, inname van Hulste. ‘s Avonds wordt de Leie bereikt. Verliezen van 14 tot 18 October: officieren: 8 dooden, 8 gekwetsten; soldaten: 74 dooden, 255 gekwetsten, 4 vermisten.

Ten einde het prachtig gedrag van het regiment te erkennen werd er bij Koninklijk Besluit toelating verleend om op het vaandel de woorden: « De Leie » en tevens den naam « Antwerpen » bij te schrijven. Dit was de zevende en laatste vermelding.

Die zeven namen van moed, roem en opoffering schitteren in gulden letters in de plooien van ‘t vaandel van dit befaamd regiment.

Reservekapitein-commandant BILLIET,

Voorzitter der Verbroedering van het 11e Linie.